Stel u een dampende kom chili voor, maar dan niet Mexicaans. Fris, vol, licht rokerig en… verrassend Fries. Met Friese droge worst en een flinke berg Friese kaas krijgt uw chili con carne ineens dat stoere, noorderse karakter waar u naar blijft grijpen op koude dagen.
Waarom deze Friese chili con carne zo anders is
Gewone chili con carne kent u vast al. Lekker, snel, voedzaam. Maar soms wilt u net iets meer. Iets dat u verrast én troost tegelijk.
In deze variant blijft de basis herkenbaar: ui, knoflook, paprika, kidneybonen en maïs. Toch proeft u meteen het verschil. De Friese droge worst geeft een kruidige, licht rokerige smaak. De Friese kaas smelt er romig doorheen. Samen maken ze van een simpel pannetje chili een gerecht dat bijna doet denken aan een winterse stamppot, maar dan met pit.
Ingrediënten: Friese chili con carne voor 2 personen
Met deze hoeveelheden zet u een goed gevulde maaltijd op tafel voor 2 personen. Grote eters aan tafel? Voeg dan gerust wat extra bonen of rijst toe.
- 1 middelgrote ui
- 1 teentje knoflook
- 1 rode paprika
- 1 blikje kidneybonen van ca. 400 g (uitlekgewicht rond 240–250 g)
- 1 klein blikje maïs van ca. 150 g (uitlekgewicht rond 100 g)
- Chilipoeder naar smaak (begin met 1 tl, proef en voeg eventueel toe)
- 1 Friese droge worst (ca. 150–200 g)
- 75–100 g geraspte Friese kaas naar keuze (bijvoorbeeld Friese nagelkaas of Tynjetaler)
- 2–3 el olijfolie om in te bakken
- 1 kleine wortel, ca. 80–100 g (optioneel, voor extra groente en zoetigheid)
- 2–3 middelgrote tomaten of 1 klein blikje tomatenblokjes van ca. 200–250 g (optioneel, voor meer saus)
- 100–150 ml crème fraîche (optioneel, voor romigheid en frisheid)
- Peper en zout naar smaak
- Eventueel gekookte rijst of stokbrood om erbij te serveren
Stap voor stap: zo maakt u Friese chili con carne
Het mooie aan dit gerecht? U hoeft geen chef te zijn. Met een goede pan, wat snijwerk en een halfuurtje tijd staat er een stevige, Friese chili op tafel.
1. Snijden en voorbereiden
Pel de ui en het teentje knoflook. Snipper de ui fijn en hak de knoflook zo klein mogelijk. Hoe fijner u snijdt, hoe beter de smaken zich verdelen.
Was de rode paprika, verwijder de zaadlijsten en snijd het vruchtvlees in kleine blokjes. Gebruikt u wortel? Schil deze dan en snijd in kleine blokjes van ongeveer 0,5 cm. Zo garen ze snel en gelijkmatig.
Snijd de Friese droge worst in halve maantjes of kleine blokjes. Wilt u wat meer bite in de chili, houd de stukjes dan wat groter. Spoel de kidneybonen en maïs kort af onder koud water in een zeef en laat goed uitlekken.
2. De basis bakken
Verhit 2–3 el olijfolie in een ruime hapjespan of braadpan op middelhoog vuur. Voeg de ui toe en bak 2–3 minuten tot deze glazig is. Roer regelmatig, zodat de ui niet aanbakt.
Voeg daarna de knoflook toe en bak nog 1 minuut mee. U ruikt nu die warme, uitnodigende geur waar elke goede stoof mee begint.
3. Friese droge worst: de smaakmaker
Doe de stukjes Friese droge worst in de pan bij de ui en knoflook. Bak ze 3–4 minuten mee tot ze wat bruiner kleuren en er wat vet vrijkomt. Dat vet is goud waard, want het geeft straks smaak aan de hele chili.
Roer alles goed door, zodat de ui en knoflook zich mengen met het kruidige vet van de worst. U zult merken dat de geur nu bijna doet denken aan een stevige erwtensoep, maar dan pittiger.
4. Groenten laten smoren
Voeg de blokjes paprika en eventueel de wortel toe aan de pan. Schep alles door elkaar, zet het vuur iets lager en doe een deksel op de pan.
Laat de groenten 5–8 minuten zachtjes smoren. Af en toe even roeren. Ze worden dan iets zachter, maar behouden nog wat beet. Dat is lekker in contrast met de zachte bonen.
Gebruikt u tomaten of tomatenblokjes? Voeg deze nu toe. Roer goed door en laat nog eens 3–5 minuten pruttelen, zodat de tomaten een mooie basis voor de saus vormen.
5. Bonen, maïs en kruiden erbij
Doe de uitgelekte kidneybonen en maïs in de pan. Roer rustig, zodat de bonen heel blijven. Zet het vuur laag en laat de chili 5–10 minuten zachtjes doorkoken.
Breng op smaak met chilipoeder, peper en eventueel een beetje zout. De Friese droge worst is van zichzelf al zout en kruidig. Het is slim om eerst te proeven en dan pas extra zout toe te voegen.
6. Serveren met kaas en crème fraîche
Wanneer de chili lekker dik is en goed pruttelt, is het tijd om te serveren. Proef nog één keer. Mist er iets? Vaak is een snufje extra chilipoeder of wat peper genoeg om de smaken naar voren te halen.
Schep de chili in diepe borden of kommen. Bestrooi royaal met geraspte Friese kaas. De kaas mag echt goed zichtbaar zijn. Voeg per portie 1–2 el crème fraîche toe bovenop de chili. De lepel smelt er zachtjes doorheen en zorgt voor een frisse tegenhanger van de kruidige worst.
Serveer met gekookte rijst of met een paar stukjes knapperig stokbrood. Beide zijn heerlijk om in de saus te dippen.
Handige tips en variaties
Met een paar kleine aanpassingen past u dit gerecht gemakkelijk aan uw smaak of wat u nog in huis heeft.
- Meer groente: voeg extra paprika, prei of courgette toe. Snijd alles in kleine blokjes en bak mee met de paprika.
- Steviger gerecht: serveer de chili met zilvervliesrijst of volkorenbrood. Dat vult goed en blijft lang verzadigd.
- Minder pittig: houd het chilipoeder beperkt en voeg wat extra crème fraîche toe aan tafel.
- Meer pit: gebruik naast chilipoeder ook wat gerookt paprikapoeder of een klein beetje cayennepeper.
- Restjes: deze Friese chili smaakt de volgende dag vaak nóg beter. De smaken trekken dan extra in. Bewaar afgedekt in de koelkast en warm rustig op.
Waarmee serveert u deze Friese chili?
Deze chili is op zich al een complete maaltijd. Toch kunt u het nog specialer maken met simpele extra’s.
- Een frisse komkommersalade met wat azijn en dille voor contrast
- Een paar schijfjes augurk naast het bord, voor een licht zure bite
- Een stuk stevig bruin brood of roggebrood, als knipoog naar de Friese keuken
En dan is het alleen nog een kwestie van opscheppen, gaan zitten en genieten. Of zoals de Friezen zouden zeggen: lekker ite.





