De geur van versgebakken satékroketten in uw eigen keuken. Knisperende korst, romige vulling, volle pindasmaak. Klinkt als iets uit een hippe snackbar, maar u maakt het dus gewoon thuis. Met een beetje tijd en dit stappenplan zet u kroketten op tafel waar geen muur tegenop kan.
Waarom u deze satékroketten zelf wilt maken
Een satékroket uit de snackbar is vaak zout, vlak en soms zelfs wat melig. Best oké, maar zelden echt bijzonder. Deze zelfgemaakte satékroketten zijn anders.
De vulling is zacht en romig door de kokosmelk, rijk van smaak door zelfgemaakte pindasaus en gevuld met malse kip. De korst is dun, krokant en knispert zacht als u er in bijt. Eén keer proeven en u mist de automaat geen seconde meer.
Ingrediënten voor circa 12 satékroketten
Met onderstaand recept maakt u ongeveer 12 flinke kroketten van rond de 80 gram per stuk. Perfect voor een borrel, feestje of gewoon een luxe weekendhap.
- 800 ml kokosmelk (uit blik, goed geschud)
- 250 g geroosterde pinda’s (ongezouten)
- 200 g kipfilet
- 60 g bloem
- 50 g roomboter
- 25 g bruine basterdsuiker
- 25 g verse gember
- 2 eieren
- 2 tenen knoflook
- 1 sjalot
- 1 stengel citroengras (sereh)
- 3 el ketjap manis
- ½ el citroensap (of limoensap)
- snuf chilivlokken (naar smaak)
- zwarte peper en zout
- paneermeel (ongeveer 150–200 g, naar behoefte)
- zonnebloemolie om te frituren (of andere neutrale olie)
Stap 1: pinda’s malen en smaakmakers voorbereiden
Voor de diepe satésmaak begint u bij de basis: de pinda’s en de kruiden. Dit maakt straks het grote verschil met kant-en-klaar.
- Maal de 250 g pinda’s in een keukenmachine of vijzel tot een fijne pasta. Het hoeft geen supergladde pindakaas te zijn, een heel klein beetje structuur mag.
- Schil de 25 g gember en hak fijn.
- Pel de 2 tenen knoflook en hak fijn.
- Pel de 1 sjalot en snipper deze. Zet de sjalot apart, die gebruikt u later voor de kip.
Stap 2: romige pindasaus met kokosmelk maken
Nu gaat u een volle, geurige pindasaus maken die straks de basis is van de ragout. De kokosmelk zorgt voor zachtheid en een lichte zoete toon.
- Doe de 800 ml kokosmelk in een pan op laag vuur.
- Voeg de gemalen pinda’s, de 25 g bruine basterdsuiker, de fijngehakte gember en de knoflook toe.
- Kneus de stengel citroengras met de bolle kant van een mes en leg in de pan.
- Voeg de 3 el ketjap manis, ½ el citroensap en een snuf chilivlokken toe.
- Laat dit mengsel ongeveer 30 minuten zachtjes inkoken met het deksel schuin op de pan. Roer regelmatig zodat het niet aanbrandt.
De saus is goed als hij wat is ingedikt en romig oogt. De smaak mag uitgesproken zijn. Iets te sterk lijkt nu misschien veel, maar in de roux en met de kip wordt het precies in balans.
Stap 3: malse kipblokjes bakken
Terwijl de saus inkookt, maakt u de kip klaar. Belangrijk is dat de kip gaar is, maar niet droog. Kleine blokjes geven straks een fijne verdeling in de kroket.
- Snijd de 200 g kipfilet in heel kleine blokjes. Hoe kleiner, hoe beter verdeeld in de ragout.
- Verhit een klein scheutje olie in een koekenpan.
- Fruit het gesnipperde sjalotje zachtjes tot het goudbruin is.
- Voeg de kipblokjes toe en bak ze op laag tot middelhoog vuur gaar, maar niet bruin. De kip moet mooi mals blijven.
Stap 4: roux maken en alles samenvoegen
Nu komt het technische deel. De roux zorgt voor de stevige, maar romige structuur van de kroketten. Neem hier rustig de tijd voor.
- Haal de ingekookte pindasaus van het vuur en verwijder de citroengrasstengel.
- Smelt in een andere pan de 50 g roomboter op laag vuur.
- Voeg in één keer de 60 g bloem toe en roer met een houten lepel of garde tot een gladde pasta.
- Laat dit mengsel ongeveer 3 minuten op laag vuur garen. Blijf roeren. De roux mag niet kleuren, maar moet de rauwe bloemsmaak verliezen.
- Schenk dan beetje bij beetje de warme pindasaus bij de roux en roer steeds goed door tot een dikke, gladde ragout ontstaat.
- Voeg de gebakken kipblokjes toe en meng alles zorgvuldig.
- Proef en breng op smaak met zout en zwarte peper. Eventueel nog wat extra ketjap of chilivlokken als u meer pit wilt.
Stap 5: ragout laten opstijven
Dit is het deel waar veel mensen ongeduldig worden. Maar juist hier wint u het van de snackbar. Een goed opgesteven ragout geeft kroketten die niet barsten.
- Giet de kipsatéragout in een lage schaal of ovenschaal. Hoe lager de laag, hoe sneller hij afkoelt.
- Dek af met folie (liefst direct op de ragout) om velvorming te voorkomen.
- Laat minimaal 3 uur opstijven in de koelkast, maar liever een hele nacht.
De ragout moet stevig genoeg zijn om mooie rollen van te vormen. Voelt het nog wat zacht, geef het dan nog extra tijd.
Stap 6: kroketten vormen en paneren
Nu komt het leuke werk. U ziet de kroketten echt ontstaan. Een goede paneerlaag zorgt straks voor die heerlijke krokante beet.
- Weeg of verdeel de koude ragout in porties van ongeveer 80 g.
- Rol elke portie met koele handen tot een strakke, langwerpige worst. Leg ze op een bord of schaal.
- Klop de 2 eieren los in een diep bord.
- Doe een royale laag paneermeel in een ander bord.
- Haal elke kroket eerst door het paneermeel, dan door het ei, en daarna nog eens door het paneermeel.
- Wilt u een extra stevige korst, herhaal dan: nog een keer ei en nog een keer paneermeel.
Leg de gepaneerde kroketten minstens 30 minuten in de koelkast of kort in de vriezer. Dan worden ze nog steviger en is de kans kleiner dat ze openbarsten in de frituur.
Stap 7: satékroketten perfect bakken
Nu is het moment daar. De olie sist, de keuken ruikt al licht naar pinda en u staat klaar met de tang. Met deze temperaturen gaat het goed.
- Verhit de zonnebloemolie in een frituurpan of hoge pan tot 180 °C.
- Bak de satékroketten in porties. Leg ze voorzichtig in de olie zodat ze niet tegen elkaar knallen.
- Voor ontdooide kroketten: frituur ze ongeveer 3 minuten tot ze goudbruin en krokant zijn.
- Voor bevroren kroketten: reken ongeveer 5 minuten, maar let op de kleur.
- Laat ze na het bakken kort uitlekken op keukenpapier.
Serveer- en bewaartips
Serveer de satékroketten met wat extra ketjap manis, een frisse komkommersalade of simpelweg een sneetje witbrood met mosterd. De combinatie van pittig, zoet en krokant is echt verslavend.
Gepaneerde, ongefrituurde kroketten kunt u goed invriezen. Leg ze eerst los op een plaat in de vriezer en doe ze daarna in een zak. Zo heeft u altijd een voorraad luxe snacks klaar liggen voor onverwachte visite of een luie avond.
Snackbar overslaan? U gaat het niet meer anders willen
Als u eenmaal merkt hoeveel verschil eigen kokos-pindarouxt en verse kruiden maken, voelt de automatiek ineens wel erg eenvoudig. Ja, dit recept kost wat tijd, maar u krijgt er iets voor terug dat u bijna niet meer buiten de deur vindt.
Misschien bakt u de eerste keer voor een borrel, maar pas op. De kans is groot dat er iemand vraagt: zou u de volgende keer weer die satékroketten willen maken?






